De taalontwikkeling in het kort..

Taalontwikkeling in het kort

Ik merk in mijn omgeving dat veel jonge ouders toch wat onzeker zijn over de taalontwikkeling van hun kind. Ook op consultatiebureaus wordt er op verschillende wijzen gekeken naar de taalontwikkeling. De een grijpt sneller in dan de ander. Tevens speelt de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf hier een grote rol in, aangezien zij steeds vaker gaan werken met programma’s die vroegtijdig taalachterstand constateren. Dat we met z’n allen zo alert zijn op de taalontwikkeling is goed, het is namelijk zo dat taalachterstand in verband wordt gebracht met gedragsproblemen en emotionele problemen. Maar houd in gedachten dat zolang er geen neurologische afwijkingen of taalstoornissen zijn geconstateerd en je thuis en/of via opvangvoorzieningen voldoende taal aanbiedt elk kind taal zal leren. De een zal alleen sneller taalvaardig worden dan de ander. Hierin zijn een aantal factoren van invloed:

  1. Meisjes zijn over het algemeen sneller in hun taalontwikkeling dan jongens. Dit komt doordat de linker hersenhelft, daar waar de taalontwikkeling zich bevindt, bij mannen minder ontwikkeld is dan bij vrouwen. Dit wordt veroorzaakt door de invloed van testosteron in de baarmoeder. Vrouwen hebben hierdoor vaak meer gevoel voor taal en zullen zich tijdens hun vroege peuterjaren dan ook al ontpoppen als ware kletskousen.
  2. De leeftijd waarop geacht wordt dat een kind zich goed duidelijk kan maken in taal ligt ongeveer op 3 jaar. Als het kind op deze leeftijd nog steeds minimaal praat is het van belang dat er verder wordt gekeken.
  3. Het is belangrijk dat er ontwikkeling te zien is in de spraak van het kind. Komen er in de loop van de tijd woordjes bij, zoals: mama, bal, nee, auto enz.. dan is er sprake van een stijgende lijn in zijn ‘taalontwikkeling’. Ook een langzame ontwikkeling is ontwikkeling.

Geloof mij, ik heb al een hoop dreumesen en peuters taalvaardig zien worden en dat doet elk kind op zijn eigen manier! Dus laat je niet onzeker maken doordat het dochtertje van de buurvrouw al hele zinnen maakt en jou zoontje alleen nog maar bal zegt. We kunnen nou eenmaal  niet allemaal dezelfde ontwikkelingslijn volgen, dat zou ook wat saai zijn. Maar om toch een klein beetje houvast te bieden heb ik de verwachte Taalontwikkeling van 0-3 jaar in beeld gebracht.

♥ Liefs Amanda

 

 

 

Continue Reading

Lekker taalvaardig met Ammie & PimPim

Ammieeee! Ammieeee! Zo klinkt het schattige peuterstemmetje van onderaan de trap. Verbaasd vraag ik mij af of ik ‘het zojuist gehoorde’ goed heb gehoord.

Voor de Leek:

Am, zo noemt zo’n beetje iedereen mij als ‘gezellige’ afkorting van Amanda. Vraag me niet waarom, want deze verkorting heeft ook pas sinds 10 jaar voet aan wal gekregen. En als koosnaampje komt er vanuit mijn hubbie wel eens een liefkozende ammie voorbij. Ach.. het went, zullen we maar zeggen. Ik noem Stefan ook nooit Stefan, maar Steef! Stefan is gewoon te lang als je dagelijks op elkaars lip zit. 

Mijn lieftallige peuter is hard op weg om haar vocabulaire uit te breiden. Dagelijks sta ik versteld van de woorden en zinnen die uit worden gekraamd. Zo ook papa en mama’s nieuwe naam: Ammie en Steef. Toen ik eenmaal doorhad dat ze dit echt gewoon zegt als ze ons roept, kon je mij afvoeren. Lize, wie is Ammie? Mama! (Yes it’s true). Je staat er simpelweg niet bij stil hoe vaak je bepaalde woorden gebruikt in het dagelijks leven.

In het kader van de kerst leek het mij leuk om een soort van kersttrui voor madame aan te schaffen. Een leuke, niet al te hysterische trui. Het was raak bij de hema, met jawel, een leuke pinguïn erop. Normaal ben ik niet zo van de dierenprintjes en van Disney figuren op kleding spring ik ook geen gat in de lucht.. Totdat ik het gelukkige gezicht van mijn kleine peuter zag toen ze de kersttrui aan mocht. ‘Ohhhh isse mooi mama!’ (Oke, smelt). Ik vertelde haar heel informatief dat er een ‘PINGUÏN’ op staat, heilig in de veronderstelling dat dat soort woorden toch echt nog wat hoog gegrepen waren. Maar de rest van de dag vulde zich met kijken naar haar mooie trui waar PIMPIM opstaat. En PIMPIM die slaapt. Zodra haar jas uit of aan gaat, hoor ik tig keer, ‘Oohhhhhh PIMPIM slaapt mama! Hallo PIMPIM!’ Juist ja, de kersttrui met PIMPIM is dus een hit en heeft direct een nieuw woord aan haar vocabulaire toegevoegd. Toen we vervolgens de kerstboom gingen opzetten met bijbehorende Sneeuwman en Sneeuwpop werden deze ook maar even gebombardeerd tot PIMPIM.

Lize komt op een leeftijd dat ze zelf heel goed aan kan geven waar ze trek in heeft en wat ze minder lekker vindt. Zo ook met fruit. Ik wijs naar de fruitschaal en vraag haar of ze een stukje fruit wilt. Dat wilt ze en ik stel voor om een banaan te eten. Nee, Niet naan! Die! (Visualiseer de fruitschaal even: een banaan, een mandarijn, een appel en een mango). Oh, wil je dan liever een appeltje misschien? ‘Nee! mamo! Mamo? Wat bedoel je precies?’ Ik laat het haar aanwijzen en kom tot de conclusie dat mevrouw de mango bedoeld. ‘Huh, wil je een mango? Dat ding eten we bijna nooit, hoe ken je dat nou weer?’ Maarja, stiekem toch ook wel erg trots op deze taal-uitschieter schil ik dan met liefde de mango in stukjes (Die eigenlijk voor wat anders bedoeld was). Hmmm.. Lekker mamo! Zei ze nog toen we samen een hele mango weg zaten te schransen.

In het kader van ‘juist opvoeden’ doen we ons best om Lize aan te leren dat ze haar spullen moet opruimen zodra ze wat anders gaat doen. Gelukkig gaat dit aanleren redelijk soepel, ik geniet er maar van dat ze het nu nog leuk vindt! Al een aantal dagen smeet ze rond met het woord ‘omnuiten‘ alsof haar leven ervan af hing. Ik begreep er geen snars van. Wat is omnuiten? Het klinkt in ieder geval als een lelijk scheldwoord: En nou omnuiten jij! Totdat ik eindelijk de link legde met opruimen. Koekoek!! Ik kwam niet meer bij na deze ontdekking. Maar even serieus; het ‘omnuiten’ neemt wat drastische vormen aan in huize van der Meer. Nou zijn we nogal gul met het geven van complimentjes en is ze wellicht besmet met het nogal opruimerige karakter van ‘Steef’ (;-)). Maar nu heb ik dus 2 panische exemplaren rondlopen die in de ban zijn van opruimen. Ze wilt daadwerkelijk alles opruimen. Mijn telefoon die op tafel ligt, mijn schoenen die onder de tafel geschoven zijn, Het lege kopje koffie op de tafel, het boekje dat ik zojuist aan het lezen was en zelfs mijn sjaal die ik graag binnen draag (Ja dat is inderdaad  niet logisch voor een kind) moeten we elke dag weer omnuiten. Soms ren ik dus achter mijn eigen peuter aan omdat ze mijn hele dagindeling aan het opruimen is. Tegelijkertijd voel ik me dan zo’n lulletje rozenwater dat terecht wordt gewezen door haar eigen kind. Maarja, ik lach er maar om en houd mij vast aan het feit dat het een fase is. Als ze 16 is zal ik haar nog wel eens wijzen op de regels van het ‘omnuiten’.

Wat hebben we op opvoedkundig gebied nou geleerd van dit tafereel?

  • Dat ik niet meer moet zeggen dat ik god verdom, uit voorzorg.
  • Dat kut, shit, fuck en kak even tijdelijk uitgeschakeld zijn.
  • Dat je soms best je mode-ego aan de kant mag schuiven om je dochter gelukkig te zien in een catastrofale modemisser
  • Dat kinderen van exotisch fruit houden
  • Dat mama wat meer aan haar opruim-skills mag werken, wilt ze wat beter in het gezinsplaatje passen.

*Wink Wink*

♥ Liefs Amanda

P.S. Mocht je nou toch wat geïnteresseerd zijn in het feit of jouw kind zich wel volgens het boekje ontwikkeld op taalgebied, lees hier dan even verder over taalontwikkeling..

Continue Reading

Jij denkt echt dat alles om jou draait he?

Tijd voor een boodschap

Een normale dinsdagmorgen, ik doe op mijn gemakje mijn wekelijkse boodschapjes bij de plaatselijke buurtsuper.

Op de achtergrond hoor ik een moeder mopperen op haar peuter. Zoontje wilt graag de mooie roze biggetjes die zo verleidelijk in het vak liggen. Maar moeder vindt dat geen goed idee. Ik hoor de irritatie in haar stem, waaruit ik opmaak dat het niet het eerste artikel is waar om gevraagd wordt. Ik vervolg mijn weg door de winkel en bij de kassa kom ik moeder en zoon wederom tegen. Ditmaal heeft zoonlief de chocolade eieren in de smiezen en smeekt hij zijn moeder om zo’n ei, alsof zijn leven ervan af hangt. Ondertussen is moeder met woeste handelingen bezig om alle boodschappen op de band te leggen en doet zij een verwoede poging om haar portemonnee te vinden. Ik aanschouw het stressvolle tafereel en voel de neiging opborrelen om deze mevrouw te voorzien van een begripvolle; ‘Relax’ het komt wel goed.. Totdat ze ontploft tegen haar zoon:

Ze pakt hem fel bij zijn arm en slingert hem half door de winkel en roept woedend tegen hem “Jij denkt echt dat alles om jou draait he”!? 

55e734d314000077002e4bd9


Hoe stressvol en deels verklaarbaar de reactie van deze moeder ook is. Mijn pedagogische radar gaat direct draaien en eigenlijk moet ik van binnen heel hard lachen. In mijn hoofd gaat het toneelstuk verder en reageer ik op de mevrouw met:

Ja! Uw zoon denkt inderdaad dat alles om hem draait, hij is namelijk EEN PEUTER. De fase waarin hij ‘zoals u zojuist geconstateerd heeft’ denkt dat alles om hem draait en hij reageert vanuit impulsen. Hij is daarmee dan ook nog niet in staat om te denken: mama doet nu boodschappen en heeft stress, dus kan ik nu maar beter rustig achter haar aanhobbelen en precies doen wat zij zegt.

Wellicht kan hij dat, 1 minuut.. totdat hij de kleurrijke chipszakjes ziet schitteren, of de spidermanlolly’s.. tja, dan heeft dat even prioriteit voor hem. En ja.. dat is lastig voor mama. Vooral als je geconcentreerd je lijstje dat je net thuis hebt laten liggen op de keukentafel probeert te herinneren. Begrijp me niet verkeerd, elke moeder komt in dit soort stresssituaties terecht en het is dan ook echt geen schande als je daardoor eens uit je slof schiet tegen je kind. Maar soms vind ik het wel belangrijk om te beseffen wat je eigenlijk tegen je kind zegt in welke fase. 

Eyeopener

Een peuter leert in zijn ontwikkelingsfase om zijn impulsen onder controle te houden. Dat is een lastige vaardigheid en kan daardoor nogal eens gepaard gaan met een driftbui. Ook leert hij omgaan met de wensen en behoeften van zichzelf en een ander. Hiermee wordt duidelijk dat hij zijn eigen ik gaat ontwikkelen. Vanaf ongeveer 30 maanden zal een kind dan ook meer plezier gaan halen uit het voldoen aan de wensen van anderen, zoals opvoeders. 

Dus voordat we onze peuters aanspreken op het feit dat zij dénken dat alles om hen draait, moeten we eerst even nagaan of dit een hatelijk verwijt is of gewoon een feitelijke constatering die past in zijn ontwikkeling.

♥ Liefs Amanda

Continue Reading