Ons oerinstinct bij pasgeborenen

Hé wat ben jij een toffe baby!

Verliefd kijkt de kraamvisite naar mijn pasgeboren baby. Ze bukken zich naar haar toe en met een koeteldekoet stemmetje beginnen ze tegen haar te praten zoals kraamvisite dat doorgaans doet. Kreten als, ah wat een schatje/ah moet je nou huilen/oh zit je even te poepen? volgen zich in razend tempo op. Ik aanschouw het tafereel en verwonder mij over ‘het babyniveau’ waarop mensen automatisch gaan praten als er een baby binnen een straal van een meter is. Ik heb nog nooit een man met een zware stem horen zeggen: Hé wat ben jij een toffe baby! Nee, geheel op de automatische piloot gaan we met een hoger lief stemmetje praten tegen baby’s. Ja, ook stoere mannen.

Veiligheid

Alle ouders zullen ernaar streven dat een kind zich veilig voelt en opgroeit tot een gelukkig persoon dat zich staande kan houden in de maatschappij. Hierin is een van de noodzakelijkste factoren de hechting in het eerste jaar. De hechting tussen de ouders en het kind gaat in de meeste gevallen ‘vanzelf’. Dit wil zeggen dat er sprake is van een natuurlijk proces dat – als alle omstandigheden normaal zijn – de pasgeboren baby een veilig gevoel geeft. En dat allemaal dankzij onze instincten.

Veilig gehechte kinderen durven de omgeving te onderzoeken in nabijheid van hun moeder. Ze gaan vrij gemakkelijk om met vreemden in aanwezigheid van hun moeder. Bij weggaan van de moeder is verdriet normaal en bij terugkomst van moeder reageren ze positief op haar en zijn ze makkelijk te troosten. Kort na de hereniging gaan ze weer rustig verder spelen en onderzoeken.

  1. Een gezonde baby. Een gezonde volle baby zonder afwijkingen draagt bij aan een goed hechtingsproces. Kinderen met een aangeboren afwijking lopen meer risico in het bereiken van veilige hechting. Dit is een biologisch proces wat zijn oorsprong vindt in de primitieve oertijd. “In tijden van extreme voedselschaarste schatte moeders in, welk kind het sterkste was en dus de grootste kans van overleven had. Bij een negatieve inschatting bleken mensenmoeders in staat te zijn tot doding (ja dat klinkt qru he?) of te vondeling leggen”. Nou is dit in tijden van bewust ouderschap geen issue meer en kunnen we ons door de technieken van tegenwoordig tijdig voorbereiden op aangeboren afwijkingen, maar de restjes van dit fenomeen zien we tegenwoordig nog steeds terugkomen. Bij de geboorte is de inspectie van de moeder of haar kind gezond is de eerste stap in het hechtingsproces.
  2. Zorggedrag. In de tijd die volgt zal de baby met zijn gedrag ervoor zorgen dat volwassenen in de buurt blijven en hem verzorgen. Lokgedrag en zorggedrag zijn beiden voorgeprogrammeerd en verlopen automatisch. De zuigreflex heeft naast in de voedingsbehoefte te voorzien ook als doel om de moeder dichtbij te houden.
  3. Hoge zangerige stem. Baby’s hebben een voorkeur voor menselijke stemmen, vooral hoge zangerige stemmen. Mensen gaan niet voor niets automatisch met een hogere stem praten tegen baby’s. Dit is voorgeprogrammeerd gedrag wat een baby een veilig gevoel geeft. Tevens is dit een reden waarom baby’s meestal de voorkeur geven aan moeder boven vader.
  4. Hartslag. Moeders bieden pasgeborenen meestal eerst automatisch de borst aan de hartzijde aan. Ook baby’s hebben voorkeur voor de linkertepel vanwege het vertrouwde geluid van de hartslag. Niet zo gek ook dus dat baby’s rustig worden als ze op de borst van hun moeder liggen.
  5. Oogcontact. Bij het zoeken naar oogcontact met de baby houdt men automatisch 20 cm afstand van de baby’s gezicht, dit is de afstand waarop de baby het beste ziet en dus het beste gerustgesteld kan worden.

♥ Liefs Amanda

Continue Reading

De taalontwikkeling in het kort..

Taalontwikkeling in het kort

Ik merk in mijn omgeving dat veel jonge ouders toch wat onzeker zijn over de taalontwikkeling van hun kind. Ook op consultatiebureaus wordt er op verschillende wijzen gekeken naar de taalontwikkeling. De een grijpt sneller in dan de ander. Tevens speelt de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf hier een grote rol in, aangezien zij steeds vaker gaan werken met programma’s die vroegtijdig taalachterstand constateren. Dat we met z’n allen zo alert zijn op de taalontwikkeling is goed, het is namelijk zo dat taalachterstand in verband wordt gebracht met gedragsproblemen en emotionele problemen. Maar houd in gedachten dat zolang er geen neurologische afwijkingen of taalstoornissen zijn geconstateerd en je thuis en/of via opvangvoorzieningen voldoende taal aanbiedt elk kind taal zal leren. De een zal alleen sneller taalvaardig worden dan de ander. Hierin zijn een aantal factoren van invloed:

  1. Meisjes zijn over het algemeen sneller in hun taalontwikkeling dan jongens. Dit komt doordat de linker hersenhelft, daar waar de taalontwikkeling zich bevindt, bij mannen minder ontwikkeld is dan bij vrouwen. Dit wordt veroorzaakt door de invloed van testosteron in de baarmoeder. Vrouwen hebben hierdoor vaak meer gevoel voor taal en zullen zich tijdens hun vroege peuterjaren dan ook al ontpoppen als ware kletskousen.
  2. De leeftijd waarop geacht wordt dat een kind zich goed duidelijk kan maken in taal ligt ongeveer op 3 jaar. Als het kind op deze leeftijd nog steeds minimaal praat is het van belang dat er verder wordt gekeken.
  3. Het is belangrijk dat er ontwikkeling te zien is in de spraak van het kind. Komen er in de loop van de tijd woordjes bij, zoals: mama, bal, nee, auto enz.. dan is er sprake van een stijgende lijn in zijn ‘taalontwikkeling’. Ook een langzame ontwikkeling is ontwikkeling.

Geloof mij, ik heb al een hoop dreumesen en peuters taalvaardig zien worden en dat doet elk kind op zijn eigen manier! Dus laat je niet onzeker maken doordat het dochtertje van de buurvrouw al hele zinnen maakt en jou zoontje alleen nog maar bal zegt. We kunnen nou eenmaal  niet allemaal dezelfde ontwikkelingslijn volgen, dat zou ook wat saai zijn. Maar om toch een klein beetje houvast te bieden heb ik de verwachte Taalontwikkeling van 0-3 jaar in beeld gebracht.

♥ Liefs Amanda

 

 

 

Continue Reading

Lekker taalvaardig met Ammie & PimPim

Ammieeee! Ammieeee! Zo klinkt het schattige peuterstemmetje van onderaan de trap. Verbaasd vraag ik mij af of ik ‘het zojuist gehoorde’ goed heb gehoord.

Voor de Leek:

Am, zo noemt zo’n beetje iedereen mij als ‘gezellige’ afkorting van Amanda. Vraag me niet waarom, want deze verkorting heeft ook pas sinds 10 jaar voet aan wal gekregen. En als koosnaampje komt er vanuit mijn hubbie wel eens een liefkozende ammie voorbij. Ach.. het went, zullen we maar zeggen. Ik noem Stefan ook nooit Stefan, maar Steef! Stefan is gewoon te lang als je dagelijks op elkaars lip zit. 

Mijn lieftallige peuter is hard op weg om haar vocabulaire uit te breiden. Dagelijks sta ik versteld van de woorden en zinnen die uit worden gekraamd. Zo ook papa en mama’s nieuwe naam: Ammie en Steef. Toen ik eenmaal doorhad dat ze dit echt gewoon zegt als ze ons roept, kon je mij afvoeren. Lize, wie is Ammie? Mama! (Yes it’s true). Je staat er simpelweg niet bij stil hoe vaak je bepaalde woorden gebruikt in het dagelijks leven.

In het kader van de kerst leek het mij leuk om een soort van kersttrui voor madame aan te schaffen. Een leuke, niet al te hysterische trui. Het was raak bij de hema, met jawel, een leuke pinguïn erop. Normaal ben ik niet zo van de dierenprintjes en van Disney figuren op kleding spring ik ook geen gat in de lucht.. Totdat ik het gelukkige gezicht van mijn kleine peuter zag toen ze de kersttrui aan mocht. ‘Ohhhh isse mooi mama!’ (Oke, smelt). Ik vertelde haar heel informatief dat er een ‘PINGUÏN’ op staat, heilig in de veronderstelling dat dat soort woorden toch echt nog wat hoog gegrepen waren. Maar de rest van de dag vulde zich met kijken naar haar mooie trui waar PIMPIM opstaat. En PIMPIM die slaapt. Zodra haar jas uit of aan gaat, hoor ik tig keer, ‘Oohhhhhh PIMPIM slaapt mama! Hallo PIMPIM!’ Juist ja, de kersttrui met PIMPIM is dus een hit en heeft direct een nieuw woord aan haar vocabulaire toegevoegd. Toen we vervolgens de kerstboom gingen opzetten met bijbehorende Sneeuwman en Sneeuwpop werden deze ook maar even gebombardeerd tot PIMPIM.

Lize komt op een leeftijd dat ze zelf heel goed aan kan geven waar ze trek in heeft en wat ze minder lekker vindt. Zo ook met fruit. Ik wijs naar de fruitschaal en vraag haar of ze een stukje fruit wilt. Dat wilt ze en ik stel voor om een banaan te eten. Nee, Niet naan! Die! (Visualiseer de fruitschaal even: een banaan, een mandarijn, een appel en een mango). Oh, wil je dan liever een appeltje misschien? ‘Nee! mamo! Mamo? Wat bedoel je precies?’ Ik laat het haar aanwijzen en kom tot de conclusie dat mevrouw de mango bedoeld. ‘Huh, wil je een mango? Dat ding eten we bijna nooit, hoe ken je dat nou weer?’ Maarja, stiekem toch ook wel erg trots op deze taal-uitschieter schil ik dan met liefde de mango in stukjes (Die eigenlijk voor wat anders bedoeld was). Hmmm.. Lekker mamo! Zei ze nog toen we samen een hele mango weg zaten te schransen.

In het kader van ‘juist opvoeden’ doen we ons best om Lize aan te leren dat ze haar spullen moet opruimen zodra ze wat anders gaat doen. Gelukkig gaat dit aanleren redelijk soepel, ik geniet er maar van dat ze het nu nog leuk vindt! Al een aantal dagen smeet ze rond met het woord ‘omnuiten‘ alsof haar leven ervan af hing. Ik begreep er geen snars van. Wat is omnuiten? Het klinkt in ieder geval als een lelijk scheldwoord: En nou omnuiten jij! Totdat ik eindelijk de link legde met opruimen. Koekoek!! Ik kwam niet meer bij na deze ontdekking. Maar even serieus; het ‘omnuiten’ neemt wat drastische vormen aan in huize van der Meer. Nou zijn we nogal gul met het geven van complimentjes en is ze wellicht besmet met het nogal opruimerige karakter van ‘Steef’ (;-)). Maar nu heb ik dus 2 panische exemplaren rondlopen die in de ban zijn van opruimen. Ze wilt daadwerkelijk alles opruimen. Mijn telefoon die op tafel ligt, mijn schoenen die onder de tafel geschoven zijn, Het lege kopje koffie op de tafel, het boekje dat ik zojuist aan het lezen was en zelfs mijn sjaal die ik graag binnen draag (Ja dat is inderdaad  niet logisch voor een kind) moeten we elke dag weer omnuiten. Soms ren ik dus achter mijn eigen peuter aan omdat ze mijn hele dagindeling aan het opruimen is. Tegelijkertijd voel ik me dan zo’n lulletje rozenwater dat terecht wordt gewezen door haar eigen kind. Maarja, ik lach er maar om en houd mij vast aan het feit dat het een fase is. Als ze 16 is zal ik haar nog wel eens wijzen op de regels van het ‘omnuiten’.

Wat hebben we op opvoedkundig gebied nou geleerd van dit tafereel?

  • Dat ik niet meer moet zeggen dat ik god verdom, uit voorzorg.
  • Dat kut, shit, fuck en kak even tijdelijk uitgeschakeld zijn.
  • Dat je soms best je mode-ego aan de kant mag schuiven om je dochter gelukkig te zien in een catastrofale modemisser
  • Dat kinderen van exotisch fruit houden
  • Dat mama wat meer aan haar opruim-skills mag werken, wilt ze wat beter in het gezinsplaatje passen.

*Wink Wink*

♥ Liefs Amanda

P.S. Mocht je nou toch wat geïnteresseerd zijn in het feit of jouw kind zich wel volgens het boekje ontwikkeld op taalgebied, lees hier dan even verder over taalontwikkeling..

Continue Reading