De taalontwikkeling in het kort..

Taalontwikkeling in het kort

Ik merk in mijn omgeving dat veel jonge ouders toch wat onzeker zijn over de taalontwikkeling van hun kind. Ook op consultatiebureaus wordt er op verschillende wijzen gekeken naar de taalontwikkeling. De een grijpt sneller in dan de ander. Tevens speelt de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf hier een grote rol in, aangezien zij steeds vaker gaan werken met programma’s die vroegtijdig taalachterstand constateren. Dat we met z’n allen zo alert zijn op de taalontwikkeling is goed, het is namelijk zo dat taalachterstand in verband wordt gebracht met gedragsproblemen en emotionele problemen. Maar houd in gedachten dat zolang er geen neurologische afwijkingen of taalstoornissen zijn geconstateerd en je thuis en/of via opvangvoorzieningen voldoende taal aanbiedt elk kind taal zal leren. De een zal alleen sneller taalvaardig worden dan de ander. Hierin zijn een aantal factoren van invloed:

  1. Meisjes zijn over het algemeen sneller in hun taalontwikkeling dan jongens. Dit komt doordat de linker hersenhelft, daar waar de taalontwikkeling zich bevindt, bij mannen minder ontwikkeld is dan bij vrouwen. Dit wordt veroorzaakt door de invloed van testosteron in de baarmoeder. Vrouwen hebben hierdoor vaak meer gevoel voor taal en zullen zich tijdens hun vroege peuterjaren dan ook al ontpoppen als ware kletskousen.
  2. De leeftijd waarop geacht wordt dat een kind zich goed duidelijk kan maken in taal ligt ongeveer op 3 jaar. Als het kind op deze leeftijd nog steeds minimaal praat is het van belang dat er verder wordt gekeken.
  3. Het is belangrijk dat er ontwikkeling te zien is in de spraak van het kind. Komen er in de loop van de tijd woordjes bij, zoals: mama, bal, nee, auto enz.. dan is er sprake van een stijgende lijn in zijn ‘taalontwikkeling’. Ook een langzame ontwikkeling is ontwikkeling.

Geloof mij, ik heb al een hoop dreumesen en peuters taalvaardig zien worden en dat doet elk kind op zijn eigen manier! Dus laat je niet onzeker maken doordat het dochtertje van de buurvrouw al hele zinnen maakt en jou zoontje alleen nog maar bal zegt. We kunnen nou eenmaal  niet allemaal dezelfde ontwikkelingslijn volgen, dat zou ook wat saai zijn. Maar om toch een klein beetje houvast te bieden heb ik de verwachte Taalontwikkeling van 0-3 jaar in beeld gebracht.

♥ Liefs Amanda

 

 

 

Continue Reading

Lekker taalvaardig met Ammie & PimPim

Ammieeee! Ammieeee! Zo klinkt het schattige peuterstemmetje van onderaan de trap. Verbaasd vraag ik mij af of ik ‘het zojuist gehoorde’ goed heb gehoord.

Voor de Leek:

Am, zo noemt zo’n beetje iedereen mij als ‘gezellige’ afkorting van Amanda. Vraag me niet waarom, want deze verkorting heeft ook pas sinds 10 jaar voet aan wal gekregen. En als koosnaampje komt er vanuit mijn hubbie wel eens een liefkozende ammie voorbij. Ach.. het went, zullen we maar zeggen. Ik noem Stefan ook nooit Stefan, maar Steef! Stefan is gewoon te lang als je dagelijks op elkaars lip zit. 

Mijn lieftallige peuter is hard op weg om haar vocabulaire uit te breiden. Dagelijks sta ik versteld van de woorden en zinnen die uit worden gekraamd. Zo ook papa en mama’s nieuwe naam: Ammie en Steef. Toen ik eenmaal doorhad dat ze dit echt gewoon zegt als ze ons roept, kon je mij afvoeren. Lize, wie is Ammie? Mama! (Yes it’s true). Je staat er simpelweg niet bij stil hoe vaak je bepaalde woorden gebruikt in het dagelijks leven.

In het kader van de kerst leek het mij leuk om een soort van kersttrui voor madame aan te schaffen. Een leuke, niet al te hysterische trui. Het was raak bij de hema, met jawel, een leuke pinguïn erop. Normaal ben ik niet zo van de dierenprintjes en van Disney figuren op kleding spring ik ook geen gat in de lucht.. Totdat ik het gelukkige gezicht van mijn kleine peuter zag toen ze de kersttrui aan mocht. ‘Ohhhh isse mooi mama!’ (Oke, smelt). Ik vertelde haar heel informatief dat er een ‘PINGUÏN’ op staat, heilig in de veronderstelling dat dat soort woorden toch echt nog wat hoog gegrepen waren. Maar de rest van de dag vulde zich met kijken naar haar mooie trui waar PIMPIM opstaat. En PIMPIM die slaapt. Zodra haar jas uit of aan gaat, hoor ik tig keer, ‘Oohhhhhh PIMPIM slaapt mama! Hallo PIMPIM!’ Juist ja, de kersttrui met PIMPIM is dus een hit en heeft direct een nieuw woord aan haar vocabulaire toegevoegd. Toen we vervolgens de kerstboom gingen opzetten met bijbehorende Sneeuwman en Sneeuwpop werden deze ook maar even gebombardeerd tot PIMPIM.

Lize komt op een leeftijd dat ze zelf heel goed aan kan geven waar ze trek in heeft en wat ze minder lekker vindt. Zo ook met fruit. Ik wijs naar de fruitschaal en vraag haar of ze een stukje fruit wilt. Dat wilt ze en ik stel voor om een banaan te eten. Nee, Niet naan! Die! (Visualiseer de fruitschaal even: een banaan, een mandarijn, een appel en een mango). Oh, wil je dan liever een appeltje misschien? ‘Nee! mamo! Mamo? Wat bedoel je precies?’ Ik laat het haar aanwijzen en kom tot de conclusie dat mevrouw de mango bedoeld. ‘Huh, wil je een mango? Dat ding eten we bijna nooit, hoe ken je dat nou weer?’ Maarja, stiekem toch ook wel erg trots op deze taal-uitschieter schil ik dan met liefde de mango in stukjes (Die eigenlijk voor wat anders bedoeld was). Hmmm.. Lekker mamo! Zei ze nog toen we samen een hele mango weg zaten te schransen.

In het kader van ‘juist opvoeden’ doen we ons best om Lize aan te leren dat ze haar spullen moet opruimen zodra ze wat anders gaat doen. Gelukkig gaat dit aanleren redelijk soepel, ik geniet er maar van dat ze het nu nog leuk vindt! Al een aantal dagen smeet ze rond met het woord ‘omnuiten‘ alsof haar leven ervan af hing. Ik begreep er geen snars van. Wat is omnuiten? Het klinkt in ieder geval als een lelijk scheldwoord: En nou omnuiten jij! Totdat ik eindelijk de link legde met opruimen. Koekoek!! Ik kwam niet meer bij na deze ontdekking. Maar even serieus; het ‘omnuiten’ neemt wat drastische vormen aan in huize van der Meer. Nou zijn we nogal gul met het geven van complimentjes en is ze wellicht besmet met het nogal opruimerige karakter van ‘Steef’ (;-)). Maar nu heb ik dus 2 panische exemplaren rondlopen die in de ban zijn van opruimen. Ze wilt daadwerkelijk alles opruimen. Mijn telefoon die op tafel ligt, mijn schoenen die onder de tafel geschoven zijn, Het lege kopje koffie op de tafel, het boekje dat ik zojuist aan het lezen was en zelfs mijn sjaal die ik graag binnen draag (Ja dat is inderdaad  niet logisch voor een kind) moeten we elke dag weer omnuiten. Soms ren ik dus achter mijn eigen peuter aan omdat ze mijn hele dagindeling aan het opruimen is. Tegelijkertijd voel ik me dan zo’n lulletje rozenwater dat terecht wordt gewezen door haar eigen kind. Maarja, ik lach er maar om en houd mij vast aan het feit dat het een fase is. Als ze 16 is zal ik haar nog wel eens wijzen op de regels van het ‘omnuiten’.

Wat hebben we op opvoedkundig gebied nou geleerd van dit tafereel?

  • Dat ik niet meer moet zeggen dat ik god verdom, uit voorzorg.
  • Dat kut, shit, fuck en kak even tijdelijk uitgeschakeld zijn.
  • Dat je soms best je mode-ego aan de kant mag schuiven om je dochter gelukkig te zien in een catastrofale modemisser
  • Dat kinderen van exotisch fruit houden
  • Dat mama wat meer aan haar opruim-skills mag werken, wilt ze wat beter in het gezinsplaatje passen.

*Wink Wink*

♥ Liefs Amanda

P.S. Mocht je nou toch wat geïnteresseerd zijn in het feit of jouw kind zich wel volgens het boekje ontwikkeld op taalgebied, lees hier dan even verder over taalontwikkeling..

Continue Reading

slaapproblemen bij jonge kinderen

Het is een rustig avondje, Lize is lekker gaan slapen en Stefan en ik kijken gezellig film. Totdat uit het niets een enorm gegil en gekrijs door de babyfoon klinkt. We schieten beiden van de bank en als overbezorgde ouders staan we nog geen 5 seconden later aan Lize haar bedje. Die komt omhoog uit haar bedje en uit reflex pak ik haar op om haar te knuffelen, zoals we vaker doen als ze ’s nachts verdrietig is. Maar nu komt het niet echt binnen, ze nestelt zich weer onder haar dekens met haar knuffel tegen zich aan en slaapt weer verder alsof er niks gebeurd is. Een beetje beduusd lopen wij weer naar beneden. Oke, dat was best een beetje vaag..

Als de babytijd voorbij is

De ergste onderbroken nachten zijn eindelijk achter de rug, hoera! Je kind heeft een goed slaapritme te pakken. Maar vervolgens breekt er een periode aan van wederom onrustig slapen. Kinderen kunnen gillend en huilend wakker worden, als ouder denk je al gauw dat je kind zich vreselijk heeft bezeerd en bereid je je voor op het ergste. Bij je kind aangekomen blijkt er weinig extreems op te merken, enkel een kind dat wat versuft is.

Jonge kinderen kunnen nogal eens onrustig slapen. Met name vanaf 1,5 jaar duiken er nieuwe slaapstoornissen op. Hieronder de 3 meest voorkomende slaapstoornissen bij jonge kinderen. Om dit wat inzichtelijker te maken is het van belang om te begrijpen hoe onze slaapcyclus er doorgaans uitziet.

De REM-slaap is de zogenoemde droomslaap
Een gezonde slaapcyclus van de mens. Hierbij is de REM-slaap de zogenoemde droomslaap.

Slaapstoornissen

  • Pavor Nocturnus: Vanaf 18 maanden kan een kind te maken krijgen met Pavor Nocturnus. Dit is een nachtelijke paniekaanval. Ouders schrikken vaak enorm doordat het kind uit het niets enorm gilt, krijst of huilt. Het kenmerkt zich vervolgens door opengesperde ogen, het kind staart voor zich uit, troosten lukt niet goed en het kind merkt de ouders vaak niet eens op. Het kind valt vaak snel weer in slaap. Dit is een volkomen ‘normaal’ verschijnsel dat voorkomt vanaf 18 maanden. Bekend is dat deze nachtelijke paniekaanvallen worden bevordert door stress. Deze slaapstoornis komt voornamelijk voor in de Non-Rem fase, in fase 4, de diepe slaap. Dit is dan ook de reden dat deze kinderen moeilijk wakker te krijgen zijn.
  • Nachtmerries: Vanaf 3 jaar kunnen kinderen te maken krijgen met nachtmerries. Hierbij worden kinderen direct wakker door een angstige droom en kunnen zich deze ook vaak herinneren. Nachtmerries komen vaak voor tijdens het laatste deel van de slaap, de Rem-slaap, (de droomslaap).
  • Slaapwandelen: Vanaf 4 jaar komt slaapwandelen bij kinderen voor, dit is een vorm van Pavor Nocturnus. Dit komt vaak voor in fase 4 van de Non-Rem slaap tijdens het 1e deel van de nacht, oftewel de diepste slaap. Dit is overigens ook een gevaarlijke slaapstoornis omdat kinderen zich kunnen bezeren.

De meeste slaapstoornissen verdwijnen weer tijdens het ouder worden. Maar kinderen van alle leeftijden kunnen hiermee te maken krijgen. De leeftijdsindicatie is dan ook ruim te interpreteren. De reden dat voornamelijk kinderen met deze slaapstoornissen te maken krijgen zou gezocht kunnen worden in de enorme ontwikkeling die zij doormaken in deze levensfasen. Het brein van een 2/3 jarige is zich in razend tempo aan het ontwikkelen en het kind krijgt soms een hoop prikkels te verduren. ’s Nachts is het moment van verwerken, dus logisch dat dit zich zo nu en dan uit door een paniekaanval of een enge droom.

Liefs ♥ Amanda

Continue Reading

Jij denkt echt dat alles om jou draait he?

Tijd voor een boodschap

Een normale dinsdagmorgen, ik doe op mijn gemakje mijn wekelijkse boodschapjes bij de plaatselijke buurtsuper.

Op de achtergrond hoor ik een moeder mopperen op haar peuter. Zoontje wilt graag de mooie roze biggetjes die zo verleidelijk in het vak liggen. Maar moeder vindt dat geen goed idee. Ik hoor de irritatie in haar stem, waaruit ik opmaak dat het niet het eerste artikel is waar om gevraagd wordt. Ik vervolg mijn weg door de winkel en bij de kassa kom ik moeder en zoon wederom tegen. Ditmaal heeft zoonlief de chocolade eieren in de smiezen en smeekt hij zijn moeder om zo’n ei, alsof zijn leven ervan af hangt. Ondertussen is moeder met woeste handelingen bezig om alle boodschappen op de band te leggen en doet zij een verwoede poging om haar portemonnee te vinden. Ik aanschouw het stressvolle tafereel en voel de neiging opborrelen om deze mevrouw te voorzien van een begripvolle; ‘Relax’ het komt wel goed.. Totdat ze ontploft tegen haar zoon:

Ze pakt hem fel bij zijn arm en slingert hem half door de winkel en roept woedend tegen hem “Jij denkt echt dat alles om jou draait he”!? 

55e734d314000077002e4bd9


Hoe stressvol en deels verklaarbaar de reactie van deze moeder ook is. Mijn pedagogische radar gaat direct draaien en eigenlijk moet ik van binnen heel hard lachen. In mijn hoofd gaat het toneelstuk verder en reageer ik op de mevrouw met:

Ja! Uw zoon denkt inderdaad dat alles om hem draait, hij is namelijk EEN PEUTER. De fase waarin hij ‘zoals u zojuist geconstateerd heeft’ denkt dat alles om hem draait en hij reageert vanuit impulsen. Hij is daarmee dan ook nog niet in staat om te denken: mama doet nu boodschappen en heeft stress, dus kan ik nu maar beter rustig achter haar aanhobbelen en precies doen wat zij zegt.

Wellicht kan hij dat, 1 minuut.. totdat hij de kleurrijke chipszakjes ziet schitteren, of de spidermanlolly’s.. tja, dan heeft dat even prioriteit voor hem. En ja.. dat is lastig voor mama. Vooral als je geconcentreerd je lijstje dat je net thuis hebt laten liggen op de keukentafel probeert te herinneren. Begrijp me niet verkeerd, elke moeder komt in dit soort stresssituaties terecht en het is dan ook echt geen schande als je daardoor eens uit je slof schiet tegen je kind. Maar soms vind ik het wel belangrijk om te beseffen wat je eigenlijk tegen je kind zegt in welke fase. 

Eyeopener

Een peuter leert in zijn ontwikkelingsfase om zijn impulsen onder controle te houden. Dat is een lastige vaardigheid en kan daardoor nogal eens gepaard gaan met een driftbui. Ook leert hij omgaan met de wensen en behoeften van zichzelf en een ander. Hiermee wordt duidelijk dat hij zijn eigen ik gaat ontwikkelen. Vanaf ongeveer 30 maanden zal een kind dan ook meer plezier gaan halen uit het voldoen aan de wensen van anderen, zoals opvoeders. 

Dus voordat we onze peuters aanspreken op het feit dat zij dénken dat alles om hen draait, moeten we eerst even nagaan of dit een hatelijk verwijt is of gewoon een feitelijke constatering die past in zijn ontwikkeling.

♥ Liefs Amanda

Continue Reading

De puberteit, is die echt zo heftig?

Er zijn van die dagen, dan lijkt het of alle puberkinderen massaal het huis hebben verlaten om gezellig een kliekje te vormen dat luidkeels de straat in beslag neemt. Hoe? Door met keiharde muziek aan over straat te fietsen, je brutaal en vaak arrogant aanstarend en dan op het laatste moment arrogant ‘hahaay’ blèrt en ook nog een fatsoenlijk antwoord terugverwacht.

Dat is vaak het moment waarop ik twijfel: Netjes ‘hoi’ terugzeggen, negeren of net zo achterlijk ‘haahay’ terug blèren.

Overweging : Als ik wat terugzeg, lachen ze je uit. Als ik niks zeg, lachen ze je uit. Als ik net zo achterlijk en bijdehand ‘hahaay’ terug ga blèren, lachen ze je uit. Lastig keuzes zijn er toch op de wereld..

Als ik met mijn vriendin dit soort pubers tegenkom vragen we ons altijd verwonderend af of wij ook zo waren vroeger. De conclusie is vaak unaniem “Nee joh! Ben je mal, Wij deden wel gek, maar niet zó gek”. Toch? Nouja.. misschien, soms, met een paar breezer in ons mik, of zonder. In ieder geval ontgaat ons nooit de gedachte dat die pubers tegenwoordig toch best wel heftig zijn. Aldus, een stel volwassen geworden mutsen van bijna 30.

100_3862

SANYO DIGITAL CAMERAIMG_20160711_134314

 

 


 

Vanaf ongeveer 12 jaar doet de puberteit zijn intrede, oftewel een kind wilt vanaf nu steeds meer zijn eigen identiteit gaan ontwikkelen. Het is een fase die maatschappelijk vaak wordt bestempeld als moeilijk, heftig en recalcitrant vanuit de puber zelf. Sommige kinderen kunnen meer dan anderen worden bestempeld als extreem puberaal, maar in hoeverre ligt de daadwerkelijke oorzaak bij het kind?

Uiteraard is bij elk kind sprake van een stukje karakter. De ene puber is opvliegender van karakter dan de ander. Ook maakt het ene kind meer hormonale veranderingen door dan de ander, en gaan leeftijdgenootjes een erg grote rol spelen. De ene puber gaat dan ook meer opzoek naar zijn identiteit dan de ander. De rol van ouders in dit proces is van groot belang.  Als ouders niet durven los te laten kan er sprake zijn van heftige botsingen omdat een puber zich meer en meer gaat afzetten tegen zijn ouders.  

Belangrijk is om als ouders te beseffen dat je zelf ook een aandeel hebt in het recalcitrante gedrag van je kind. Hoe meer jij je kind zijn leven wilt bepalen en hem te weinig loslaat in zijn keuzes, hoe meer het kind hier tegen in opstand komt. Uiteraard heeft elk kind sturing nodig en is het niet erg als dat zo nu en dan botst. Belangrijker is om te luisteren naar je kind en zijn ideeën en opvattingen. Ouders zijn er om sturing te geven aan die ideeën en samen een gulden middenweg te vinden, niet om ze te veranderen in iets wat jij zelf goed vindt. Zo kunnen pubers vaak erg experimenteren met leefstijlen en uiterlijk vertoon (vegetarisch, gothic, skaters). Dit is een manier om zijn identiteit te vinden.

Voor veel ouders is de puberteit een lastige periode, misschien nog wel meer dan voor de puber zelf, niet alleen vanwege de pittige strijd die vaak plaatsvindt, maar ook het besef van het losmakingsproces is voor veel ouders (vooral moeders) lastig. Voorheen nam je je kind mee aan de hand en kon je precies vertellen welke keuzes goed voor hem waren. Nu laat datzelfde kind jou hand los en wilt hij op eigen benen staan. Oke, hij voelt zich soms iets té onoverwinnelijk, maar ook dat normaliseert zich weer zodra hij de adolescentie bereikt. 

Verwacht vooral niet van je puber dat hij zich in jou verplaatst, ze hebben nou eenmaal niet het vermogen zich te verplaatsen in jou moedergevoelens. En dat hoort ook niet. Want zeg nou zelf, zo onbezorgd en leuk als de puberteit was, zal het niet gauw meer worden toch? (voor velen dan).   

♥ Amanda

Continue Reading

De invloed van testosteron op het gedrag van jongens

Nu heb ik geen direct vergelijkingsmateriaal thuis rondlopen. Maar door de jaren heen heb ik tijdens mijn werk in het onderwijs en de kinderopvang wel degelijk een verschil tussen jongens en meisjes gezien. Zo werk ik momenteel op een kinderdagverblijf waar op mijn groep een explosie van testosteron rondloopt. De jongetjes zijn duidelijk in de meerderheid, en al is geen jongen hetzelfde, ik ben wel degelijk van mening dat het begrip uitrazen een noodzakelijk kwaad is binnen deze groep kinderen.

Mijn interesse wordt dan ook getriggerd door de vraag waar dat drukke gedrag vandaan komt. Waarom is een jongensgezin vaak fysiek drukker en waarom worden jongens zo opgewonden door geweld en agressie?

Martine Delfos schreef een bult aan leuke boeken en artikelen over de duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes in de huidige maatschappij die mij enorm inspireren om mijn visie op het gedrag van kinderen eens door een andere bril te bekijken.

 

De kracht van testosteron

Verklaring voor druk gedrag bij jongens kan onder andere worden gezocht in de productie van testosteron. Dit vindt bij jongens in de baarmoeder al in grotere hoeveelheden plaats en heeft invloed op de ontwikkeling van de hersenen van jongens.

De productie van testosteron remt de ontwikkeling van de linker hersenhelft en stimuleert de ontwikkeling van de rechterhersenhelft. Dit heeft als gevolg voor mannen dat de taalontwikkeling minder ontwikkeld is  (vaker stotteren, dyslexie en linkshandigheid). En blijkt de rechter hersenhelft juist sterker ontwikkeld (rekenen en wiskunde). Daarnaast heeft het invloed op een verminderd empathisch vermogen, minder angst voor gevaar en een sterk gevoel voor competitie.

Ook is er een verband op te merken tussen het testosterongehalte en agressie. Dit is al zichtbaar bij baby’s. Meisjes kiezen vaker zachte knuffels met zachte kleuren, terwijl jongens vaker hard en felgekleurd speelgoed kiezen. In de kleutertijd spelen meisjes liever coöperatief in kleine groepjes terwijl jongens vaak in grote groepen rennen, klimmen en stoeien. Jongens zijn tevens erg geïnteresseerd in spellen met geweld. Testosteron zorgt er ook voor dat jongens daadkrachtiger zijn bij gevaar. Ze kiezen meestal voor fight or flight. Terwijl vrouwen zich juist meer richten op de zorg om hen heen.

Waarom jongens slopen

Jongens willen graag door middel van fysiek spel onderzoeken hoe een situatie in elkaar zit. Om diepte te onderzoeken stort een jongen zich van de bank om te kijken hoe groot de afstand tot de vloer is en een meisje observeert voorzichtig de hoogte om een goede inschatting te maken. Als je een groepje kleuters aan een klei taakje zet zul je al snel opmerken dat de meisjes netjes met vormpjes aan de slag gaan, terwijl jongens de klei kneden, erin prikken en deze over de tafel uitsmeren. Resultaat bij de meisjes is een keurig afgerond werkje, resultaat bij de jongens: ‘chaos’, aldus zo is onze neiging om het jongensresultaat te beoordelen. Maar eigenlijk wordt hier heel goed duidelijk dat het wel degelijk een doel heeft wat de jongens aan het doen zijn. Ze onderzoeken namelijk het materiaal. Een jongen zet hier eigenlijk gewoon zijn technische kant aan het werk.

Wat wij zien als slopen is eigenlijk het onderzoeken van de technische mogelijkheden van materiaal.

Observeer eens als een man

Vrouwelijk opvoeders irriteren zich al gauw aan het ruwe spel van jongens. Doe eens rustig! Pas op! Kijk uit! Straks doen jullie elkaar pijn! Het zijn een aantal kreten die vrouwen vaak naar het hoofd van jongens slingeren omdat ze de situatie ‘te spannend’ vinden worden. Het blijkt dat mannelijke opvoeders geen moeite hebben met dit gedrag. Mannen begrijpen dit gedrag en zien het grote gevaar er ook niet van in. Dit maakt duidelijk dat het ruwe spel van jongens vaak ten onrechte negatief wordt beoordeeld door vrouwen en dat jongens dus vaak te maken hebben met negatieve reacties op hun gedrag, wat  hun ontwikkeling niet ten goede komt.

jongens-stoeien

Jongens spelen graag in grote groepen, maar zodra onduidelijk is wie ‘de baas’ is in de groep ontstaat er onrust binnen de groep. Er moet sprake zijn van een hiërarchie, dat geeft rust voor jongens. Er is dan ook sprake van een pikorde, deze wordt vastgesteld door letterlijk uit te vechten wie de sterkste is. Jongens doen dit steeds opnieuw bijvoorbeeld als er een nieuw jongetje in de klas komt, omdat dit veiligheid biedt. Dit gaat dan ook gepaard met de nodig blauwe plekken. Als jongens ouder worden gaat dit gedrag over in wie de duurste auto heeft het hoogste inkomen enz.

Meisjes (en vrouwen) zoeken veiligheid op een andere manier, niet in wie fysiek het sterkst is, maar in wie het liefst gevonden wordt. Lief gevonden worden biedt veiligheid: wie men lief vindt, valt men in principe niet aan. Waar jongens hun aangeboren neiging tot agressie inzetten via competitie om overwicht te hebben, zetten meisjes hun aangeboren neiging tot empathie in om veiligheid te creëren. Ze doen aardig naar anderen. De ander moet overigens niet in de gaten hebben dat het aardige gedrag dit doel heeft, anders wordt het onecht gevonden en ‘telt’ het niet als ‘aardig’, maar als ‘schijnheilig’ of ‘manipulatief’.

 

Kortom deze feitjes hebben mij als ‘pedagoog’ toch de ogen geopend en zijn altijd goed om in je achterhoofd te houden op het moment dat je je afvraagt wat de onrust in een groep veroorzaakt. Door in te spelen op de biologische kenmerken van jongens en meisjes kom je weer een stapje verder in je rol van pedagoog. Daarbij is het natuurlijk van belang om in je achterhoofd te houden dat geen enkel kind hetzelfde is en er altijd onderlinge verschillen zijn. 

♥ Amanda

 

Continue Reading

De mijpaal die zindelijkheid heet

Ik kijk er al een tijdje naar uit, het moment van zindelijk worden. *Haaallelujah*. Oké, het is voor ons nog niet zover maar laat de tijd van schattige onderbroekjes maar komen hoor! Want eerlijk is eerlijk, hoe ouder ze worden hoe groter ‘de productie’ wordt. Af en toe heb ik te maken met een veldslag die is geëindigd in een fikse explosie tot aan de nek (die ik dan maar wijt aan de genetische aanleg van manlief). Trouwens, die broeierige omgeving lijkt me nou ook niet bepaald prettig voor het tere huidje ‘down there’. Ondertussen wordt er ook nog eens een aanslag op mijn rug gepleegd door het tillen op en van de commode.

Als ik het over zindelijkheid heb, moet ik ook altijd even denken aan de oudere generatie, ja die van de katoenen luiers. Mijn oma beweerde dat mijn moeder en haar zussen al zindelijk waren met 1 jaar. Nou kan ik mij er persoonlijk niks bij voorstellen, maar wie weet was dat toch de kracht van de katoenen luier? Of zijn die oude mensjes gewoon een beetje in het warretje door hun ietwat verouderde geheugen. Who knows..?

Mijn grootste angst van (net)zindelijke kinderen is zonder twijfel de hygiëne! Ik zie het al voor me, hangend in een wc pot (mama ik kom er niet meer uit), mouwen nat of onder de bruine.. “huh-hoe-is-dat-daar-nou-gekomen”.. Uhlg! En dan zal het thuis nog wel redelijk goed gaan. Maar die scholen! Ik weet niet of jij je nog herinnert hoe de kleuter wc ruikt? Mij niet gezien. Tja, ik ben nou eenmaal nogal een muts als het gaat om onzichtbaar vuil in de vorm van bacteriën.

In ieder geval dook ik alvast even in de wereld van het zindelijk worden..


Kinderen verschillen onderling enorm in de snelheid waarmee ze zindelijk worden. Meisjes zijn in veel gevallen wat sneller zindelijk dan jongens.

Voor kinderen is zindelijk worden een leerproces dat onderdeel is van de motorische ontwikkeling. Kinderen moeten hier vaardig in worden. Het naar de wc gaan is dan ook erg spannend voor veel kinderen.

Het beheersen van de blaas- en darmfunctie vindt plaats in 3 fasen. In de eerste fase (t/m 18 mnd) leegt de blaas zich vanuit een reflex. Tijdens fase 2 (18-24 mnd) gaat het kind zich steeds bewuster worden van de aandrang van plas en poep en tevens van het hebben van een natte luier. Als laatste fase (2-3 jaar) zal het kind zijn plas op kunnen houden en in staat zijn zelf te bepalen waar en wanneer hij wilt plassen. Er zijn een aantal signalen die aangeven dat een kind klaar is voor zindelijkheidstraining:

  • Als een kind dusdanig ver is in zijn taalontwikkeling dat hij aangeeft wat er aan de hand is: Piepie doen, bah doen, moet op potje, bah gedaan.
  • Een aantal uur droog kunnen blijven (plas ophouden)
  • Als een kind laat merken dat een natte luier vervelend is
  • Als een kind aangeeft dat hij gaat poepen/plassen

Op 5-jarige leeftijd zullen vrijwel alle kinderen overdag en ’s nachts zindelijk zijn voor zowel plassen als poepen, tenzij er sprake is  van een zindelijkheidsstoornis.

Voor ouders zijn er dan nog een aantal tips en trucs die ervoor zorgen dat het leerproces van zindelijk worden op een ontspannen manier verloopt.

  • Blijf ontspannen en rustig
  • Hou het positief, veel prijzen en eventueel belonen. Straffen werkt absoluut niet!
  • Schenk niet teveel aandacht aan ongelukjes. Laat het kind wel eigen verantwoordelijkheid nemen, in de vorm van zelf zorg dragen voor hygiëne, vieze kleren in wasmand doen en schone kleren pakken na een ongelukje.
  • Doe geen luiers om, om een natte broek te voorkomen, dit werkt tegenstrijdig. Een kind van 4 hoort daarbij eigenlijk geen luier meer om te hebben.
  • Lukt zindelijk worden niet spelenderwijs, maak dan toiletafspraken. Laat het kind 3x per dag op een vast tijdstip naar het toilet gaan en laat het daar 5 minuten zitten. Doe dit bijvoorbeeld na de maaltijd. Maak het toiletbezoek ook prettig met bijv. een boekje of kinderzitje. Ook kan men een beloningssysteem inzetten.
  • Met een beloningssysteem kan bijgehouden worden hoe vaak het kind droog is gebleven. Laat het kind hier zelf een rol in spelen door bijv. vakjes in te kleuren. Een bepaalde hoeveelheid dagen/nachten levert een afgesproken beloning op.
  • Een kind weinig tot niets laten drinken voor het slapen gaan levert geen effect op om bedplassen te laten verdwijnen. Door wel te drinken leert het kind zijn blaas te trainen en het maakt het kind gevoelig voor aandrangsignalen.
  • Een kind ’s nachts extra laten plassen is lastig omdat het kind goed wakker moet zijn om bewust te plassen. Handige tip is om elke avond (voor het slapen gaan) een nieuw wachtwoord af te spreken. Dit maakt het voor het kind een spannend spel en de ouder weet hierdoor zeker of het kind wakker is. Verder kan er een (plas)wekker worden gezet.

♥ Amanda

Continue Reading

Over dreumesen & slecht eten

Prinses op de erwt

18:00 uur = partytime aan de eettafel! Voor ik het weet vliegen de eerder zo geliefde geprakte aardappels met bloemkool weer door de lucht om wederom op mijn net geboende vloer te belanden. Dit was poging 6 om Lize een hapje te laten nemen van haar avondeten. Na 1x proeven keek ze mij met een vies gezicht aan en liet alles quasi nonchalant uit haar mond vallen. Volgende pogingen waren vrij nutteloos. Hoofd wegdraaien, mond stijf dicht houden, vork weggooien, bord erachteraan… aargh! Ja er ontstaat zo langzamerhand toch wat meer strijd aan tafel. Aldus, geconstateerd door mijzelf.

Vol goede moed gingen wij aan de slag met wat meer smaakvolle recepten. Zo flanste manlief een heerlijke pasta in elkaar, overgoten met ‘erwtenpesto’. MjamMjam, ik -absoluut geen erwtenfan- vond het super lekker! Enkel was mevrouw de prinses niet gecharmeerd van dit voedzame hoogstandje. Al kokhalzend stalde ze haar hele dagmenu uit op tafel. Smakelijk!

Mogelijk een herkenbare situatie voor veel ouders en opvoeders met kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar. Een kind dat voorheen nog met gemak zijn bordje leeg at, laat opeens een enorme afkeur voor (hetzelfde) voedsel zien. Hoe komt dat nou eigenlijk en hoe kun je hier als ouder of opvoeder het beste mee omgaan?

Beschermingsmechanisme

Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat het leren eten plaatsvindt in fasen en dat dit voornamelijk plaatsvindt in de leeftijd van 0-3 jaar. Een baby is niet in staat zijn eigen voedsel te kiezen, dit wordt voor hem opgelost door zijn ouders die zorgvuldig uitgekozen veilig voedsel aanbieden. Maar op het moment dat een kind gaat kruipen en/of lopen krijgt het de mogelijkheid om van zijn ouders weg te gaan. Dit brengt een risico met zich mee, namelijk dat het kind in de mogelijkheid is om in aanraking te komen met giftige besjes, paddenstoelen en andere ongezonde substanties die het kind op zijn weg door bijvoorbeeld de tuin tegenkomt. Om deze gevaren te beperken heeft moeder natuur een beschermingsmechanisme ontwikkeld, namelijk de voedselneofobie, dit betekent letterlijk: de angst voor nieuw voedsel. Evolutionair gezien een prachtig beschermingsmechanisme maar voor ouders soms een lastig gegeven. Het houdt namelijk in dat het kind nieuw of onbekend voedsel weigert.

Het is een fase

Het kind dat zijn voedsel weigert zal voor veel ouders een herkenbaar zijn. Een schrale troost is dat het doorlopen van deze periode normaal is en in de meeste gevallen tijdelijk. Al is geduld hierbij wel een vereiste, een kind zal het voedsel uiteindelijk wel gaan accepteren nadat het meermalen (gemiddeld zo’n 10 keer!!) wordt aangeboden.

 


 

Tips voor ontspannen tafelen met je kind

Als ouder is het van belang jezelf niet de schuld te geven van de eetproblemen bij je kind. Uiteindelijk kunnen problemen met eten ook onderliggende stoornissen of lichamelijke afwijkingen als veroorzakende factor hebben. Maar als dit is uitgesloten kunnen ouders veel zelf proberen om het eten weer ontspannen te laten verlopen.

  • Besef als ouder dat eten gepaard kan gaan met problematisch gedrag. Dit is normaal en gaat vanzelf weer over. Blijf rustig, bied regelmaat, voldoende tijd en heb zelfvertrouwen als ouder.
  • Als het kind ouder wordt, wordt het ook gevoelig voor wat zijn ouders doen. Als ouders bepaald voedsel niet lusten zal het kind dit klakkeloos overnemen zonder het voedsel ooit geproefd te hebben. Zelf het goede voorbeeld geven werkt het beste (dus niet zeggen dat het eten lekker is en het zelf niet eten).
  • Laat kinderen liever kleine porties eten dan eenmalig grote porties
  • Kondig het eten tijdig aan zodat het kind is voorbereid en zijn spel niet abrupt hoeft te beëindigen (wat negatieve reacties oproept).
  • Laat het kind hongerig aan tafel gaan, dus geen eten en drinken vlak voor het eten!
  • Gebruik geen dwang of dreigementen, dit houdt de maaltijd plezierig.
  • Schep kleine porties op en prijs wat het kind opeet. Liever een compliment voor een half leeggegeten bord dan boos worden vanwege een half resterend bord.
  • Heb meer oog voor wat het kind wel eet dan voor wat het niet eet.

Onthoud dat geen enkel kind hetzelfde is en dat elke opvoedingssituatie andere factoren heeft die invloed kunnen hebben op eetgedrag. Deze tips zijn er om je een handvat te bieden.

Succes!

♥ Amanda

 

Continue Reading