De invloed van testosteron op het gedrag van jongens

Nu heb ik geen direct vergelijkingsmateriaal thuis rondlopen. Maar door de jaren heen heb ik tijdens mijn werk in het onderwijs en de kinderopvang wel degelijk een verschil tussen jongens en meisjes gezien. Zo werk ik momenteel op een kinderdagverblijf waar op mijn groep een explosie van testosteron rondloopt. De jongetjes zijn duidelijk in de meerderheid, en al is geen jongen hetzelfde, ik ben wel degelijk van mening dat het begrip uitrazen een noodzakelijk kwaad is binnen deze groep kinderen.

Mijn interesse wordt dan ook getriggerd door de vraag waar dat drukke gedrag vandaan komt. Waarom is een jongensgezin vaak fysiek drukker en waarom worden jongens zo opgewonden door geweld en agressie?

Martine Delfos schreef een bult aan leuke boeken en artikelen over de duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes in de huidige maatschappij die mij enorm inspireren om mijn visie op het gedrag van kinderen eens door een andere bril te bekijken.

 

De kracht van testosteron

Verklaring voor druk gedrag bij jongens kan onder andere worden gezocht in de productie van testosteron. Dit vindt bij jongens in de baarmoeder al in grotere hoeveelheden plaats en heeft invloed op de ontwikkeling van de hersenen van jongens.

De productie van testosteron remt de ontwikkeling van de linker hersenhelft en stimuleert de ontwikkeling van de rechterhersenhelft. Dit heeft als gevolg voor mannen dat de taalontwikkeling minder ontwikkeld is  (vaker stotteren, dyslexie en linkshandigheid). En blijkt de rechter hersenhelft juist sterker ontwikkeld (rekenen en wiskunde). Daarnaast heeft het invloed op een verminderd empathisch vermogen, minder angst voor gevaar en een sterk gevoel voor competitie.

Ook is er een verband op te merken tussen het testosterongehalte en agressie. Dit is al zichtbaar bij baby’s. Meisjes kiezen vaker zachte knuffels met zachte kleuren, terwijl jongens vaker hard en felgekleurd speelgoed kiezen. In de kleutertijd spelen meisjes liever coöperatief in kleine groepjes terwijl jongens vaak in grote groepen rennen, klimmen en stoeien. Jongens zijn tevens erg geïnteresseerd in spellen met geweld. Testosteron zorgt er ook voor dat jongens daadkrachtiger zijn bij gevaar. Ze kiezen meestal voor fight or flight. Terwijl vrouwen zich juist meer richten op de zorg om hen heen.

Waarom jongens slopen

Jongens willen graag door middel van fysiek spel onderzoeken hoe een situatie in elkaar zit. Om diepte te onderzoeken stort een jongen zich van de bank om te kijken hoe groot de afstand tot de vloer is en een meisje observeert voorzichtig de hoogte om een goede inschatting te maken. Als je een groepje kleuters aan een klei taakje zet zul je al snel opmerken dat de meisjes netjes met vormpjes aan de slag gaan, terwijl jongens de klei kneden, erin prikken en deze over de tafel uitsmeren. Resultaat bij de meisjes is een keurig afgerond werkje, resultaat bij de jongens: ‘chaos’, aldus zo is onze neiging om het jongensresultaat te beoordelen. Maar eigenlijk wordt hier heel goed duidelijk dat het wel degelijk een doel heeft wat de jongens aan het doen zijn. Ze onderzoeken namelijk het materiaal. Een jongen zet hier eigenlijk gewoon zijn technische kant aan het werk.

Wat wij zien als slopen is eigenlijk het onderzoeken van de technische mogelijkheden van materiaal.

Observeer eens als een man

Vrouwelijk opvoeders irriteren zich al gauw aan het ruwe spel van jongens. Doe eens rustig! Pas op! Kijk uit! Straks doen jullie elkaar pijn! Het zijn een aantal kreten die vrouwen vaak naar het hoofd van jongens slingeren omdat ze de situatie ‘te spannend’ vinden worden. Het blijkt dat mannelijke opvoeders geen moeite hebben met dit gedrag. Mannen begrijpen dit gedrag en zien het grote gevaar er ook niet van in. Dit maakt duidelijk dat het ruwe spel van jongens vaak ten onrechte negatief wordt beoordeeld door vrouwen en dat jongens dus vaak te maken hebben met negatieve reacties op hun gedrag, wat  hun ontwikkeling niet ten goede komt.

jongens-stoeien

Jongens spelen graag in grote groepen, maar zodra onduidelijk is wie ‘de baas’ is in de groep ontstaat er onrust binnen de groep. Er moet sprake zijn van een hiërarchie, dat geeft rust voor jongens. Er is dan ook sprake van een pikorde, deze wordt vastgesteld door letterlijk uit te vechten wie de sterkste is. Jongens doen dit steeds opnieuw bijvoorbeeld als er een nieuw jongetje in de klas komt, omdat dit veiligheid biedt. Dit gaat dan ook gepaard met de nodig blauwe plekken. Als jongens ouder worden gaat dit gedrag over in wie de duurste auto heeft het hoogste inkomen enz.

Meisjes (en vrouwen) zoeken veiligheid op een andere manier, niet in wie fysiek het sterkst is, maar in wie het liefst gevonden wordt. Lief gevonden worden biedt veiligheid: wie men lief vindt, valt men in principe niet aan. Waar jongens hun aangeboren neiging tot agressie inzetten via competitie om overwicht te hebben, zetten meisjes hun aangeboren neiging tot empathie in om veiligheid te creëren. Ze doen aardig naar anderen. De ander moet overigens niet in de gaten hebben dat het aardige gedrag dit doel heeft, anders wordt het onecht gevonden en ‘telt’ het niet als ‘aardig’, maar als ‘schijnheilig’ of ‘manipulatief’.

 

Kortom deze feitjes hebben mij als ‘pedagoog’ toch de ogen geopend en zijn altijd goed om in je achterhoofd te houden op het moment dat je je afvraagt wat de onrust in een groep veroorzaakt. Door in te spelen op de biologische kenmerken van jongens en meisjes kom je weer een stapje verder in je rol van pedagoog. Daarbij is het natuurlijk van belang om in je achterhoofd te houden dat geen enkel kind hetzelfde is en er altijd onderlinge verschillen zijn. 

♥ Amanda

 

You may also like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *